Deep Democracy Tools uitgelegd

Deep Democracy Tools uitgelegd

leadership2

 

De Lewis aanpak van Deep Democracy, kent een aantal specifieke tools en technieken. In de blogs op deze site en de boeken van Myrna Lewis (‘Inside the No’) en Jitske Kramer (verschijnt begin 2014) kun je hier meer over lezen. Op deze pagina een overzicht van de meest belangrijke tools.

GESPREKSTOOL: DE STAPPEN VAN DEEP DEMOCRACY

De Lewis methode van Deep Democracy kent een aantal stappen die ervoor zorgen dat de stem van de minderheid wordt gehoord en kan worden meegenomen in het meerderheidsbesluit. De stappen in deze gesprekstool zorgen ervoor dat we expliciet opzoek gaan naar de afwijkende mening, deze waarderen en meenemen in het besluit. Een concreet gespreksmodel dat leidt tot inclusieve besluiten. De stappen zien er als volgt uit.

1. VERZAMEL ALLE INVALSHOEKEN. Nodig iedereen uit om zijn of haar mening, idee en invalshoek te delen. Let op, dus ook de ideeën die haaks staan op die van jou! Dit vraagt om een onbevooroordeelde, luisterende houding. Natuurlijk heb je zelf ook vaak een mening, die mag je ook geven, maar je laat tegelijkertijd duidelijk zien dat je jezelf van je eigen referentiekader en voorkeuren kunt losmaken. Met werkelijke interesse luisteren naar de ideeën van anderen. Alle invalshoeken doen er toe. Open en neutraal.

2. ZOEK ACTIEF NAAR ‘HET ALTERNATIEF’. Terwijl we ideeën met elkaar delen, tekenen zich vaak enkele voorstellen af. De neiging is om met deze voorstellen mee te gaan en tot besluitvorming over te gaan. Niet in deep democracy. Hierbij vraag je expliciet of iemand nog een heel ander idee heeft. Je zoekt actief naar de afwijkende mening, het alternatief.

3. VERSPREID ‘HET ALTERNATIEF’. Wanneer iemand een nieuw perspectief inbrengt, is de kans aanwezig dat deze wordt ontvangen met gelach of gezucht; ‘heb je hem weer’, of ‘we waren bijna rond!’. Voorkom dat mensen alleen komen te staan door te vragen wie zich enigszins herkent of kan verbinden aan het nieuwe voorstel.

Wanneer na een goede exploratie en herhaling van deze eerste drie stappen het duidelijk is dat er een aantal voorstellen zijn, worden deze ter stemming aan de groep voorgelegd. Bij een unanieme meerderheid, breng je het voorstel in de praktijk. Wanneer er een heel verdeelde stemming is, ga je terug naar stap 1 en vraag je iedereen goed en helder te lobbyen voor zijn of haar keuze om zo meer helderheid te krijgen in de waarde van de verschillende opties. Wanneer er een duidelijke meerderheid is, ga je naar stap 4.

4. VOEG DE WIJSHEID VAN DE MINDERHEID TOE. In deze stap ga je de personen langs die hun voorkeurs-stem hebben verloren. Allereerst erken je dat het niet fijn is dat je niet ‘krijgt’ wat je graag wilt. Daarna vraag je hen wat ze nodig hebben om met het meerderheidsbesluit mee te gaan. Deze minderheidswijsheid voeg je vervolgens toe aan het meerderheidsbesluit. Het gekozen voorstel, met de aanvullingen van de minderheid, breng je opnieuw in stemming.

Mocht het niet lukken om de stemming na zo’n maximaal drie keer rond te krijgen, is de kans groot dat er onder water iets speelt wat het proces blokkeert. Iets wat belangrijk is om te zeggen, maar niet wordt uitgesproken. Vaak heeft dit te maken met emoties, (onbewuste) onderliggende dilemma’s en tegenstellingen. Dit is het teken om naar stap 5 over te gaan.

5. DUIK IN DE ONDERSTROOM. In deze stap spelen emoties regelmatig een rol. Na een korte neutrale beschrijving van wat er in de groep speelt, vraag je aan de groep om gezamenlijk te kijken naar wat er zich onder de waterlijn afspeelt. In de deep democracy heb je een aantal technieken om de onderlinge tegenstelingen veilig in de groep te onderzoeken om tot oplossingen te komen. Hoe? Bijvoorbeeld door het gesprekstool ‘pijlen gooien’ te gebruiken.

GESPREK OP VOETEN

Het gesprek op voeten is wat de naam doet vermoeden. Het is een techniek die je goed en doeltreffend kunt gebruiken met groepen van 10 tot 150 mensen of meer. De basisprincipes zijn heel eenvoudig. Iedereen staat in kring en iemand opent het gesprek door naar voren te stappen en een opmerking te maken naar aanleiding van de gestelde vraag. Iedereen die het met de opmerking eens is, gaat achter de persoon staan. Mensen die iets anders vinden gaan ergens anders staan en zeggen hun mening. En zo verder. Het is een luchtige, actieve en vaak leuke manier om snel allerlei invalshoeken met elkaar te delen. Bovendien wordt het gemakkelijker om zelf vrij te onderzoeken wat je standpunt nu eigenlijk is; tijdens de discussie op voeten zul je merken dat je het met meerdere opmerkingen eens kunt zijn.

Gesprek op voeten - praktijkvoorbeeld uit Zuid-Afrika, Myrna Lewis

SABOTAGELIJN

Wanneer mensen zich niet gehoord of genegeerd voelen, wanneer minderheidsstandpunten geen ruimte krijgen, gaat het wringen. Op allerlei manieren is dit ‘onderhuids voelbaar’. We mopperen wel op de gang, maar houden tijdens vergaderingen onze mond. Of we zeggen ja tegen een voorstel, maar doen nee en verzinnen smoesjes waarom niet. Het zijn gefrustreerde pogingen om te zeggen wat gezegd moet worden.

De Sabotage Lijn, ontwikkeld door Myrna Lewis, beschrijft dit gedrag. Het is een diagnose instrument voor het signaleren van issues die ‘in de onderstroom’ zitten en grote breuklijnen in een groep kunnen veroorzaken. De Sabotage Lijn is actief in alle lagen van de samenleving, in elke groep en op elke leeftijd. Nieuwe groepsleden leren vaak snel de favoriete spelregels en sabotagetactieken van de groep kennen. Het is onderdeel van de mores om met conflicten om te gaan.

Hoe eerder we signalen oppikken die de dynamiek van de Sabotage Lijn bloot leggen, des te beter. Dus: openstellen voor en exploreren van de verschillende standpunten en gezamenlijk oplossingen creëren. De wijsheid van de minderheid verrijkt immers de besluitvorming.

spreads-40

GESPREKSMODEL VAN HET NIET-GEVOERDE GESPREK: PIJLEN GOOIEN

Dit gespreksmodel gebruiken we wanneer er sprake is van een tegenstelling waar de groep niet uitkomt met het voeren van ‘een gewoon gesprek’. Iets blokkeert en zorgt ervoor dat mensen in herhaling vallen en de groep niet verder komt. Het ‘pijlen gooien’ geeft een manier om lastige gesprekken aan te gaan en te voeren. Zonder dat het een verdedigende ‘ping-pong’ wedstrijd wordt. Door de onderstaande stappen te volgen, krijgt iedereen de ruimte om werkelijk te zeggen wat gezegd moet worden. Hoewel er stevige meningen en gevoelens uitgesproken kunnen worden, schept de structuur de mogelijkheid om de ander echt te kunnen horen. Verrassend vaak geeft het uitspreken van dat wat in de onderstroom lag te sluimeren een gevoel van opluchting en bevrijding.

Wanneer we elkaar kunnen ontmoeten in de verschillen, ontdekken we onze overeenkomsten. Uiteraard is Ieder mens anders. Tegelijkertijd delen we vaak meer dan we denken.

Deze tool wordt ook gebruikt om mensen te trainen om zonder facilitator werkelijke gesprekken te voeren. Geschikt voor teamleiders en teamleden, maar ook als relatie therapie. Zie Let’s Talk.

1. BEPAAL DE REGELS. Willen we dit gesprek echt? Ja? Als je geen overeenstemming hebt, is de tijd wellicht nog niet rijp om het gesprek te hebben. Bepaal wat je nodig hebt om je veilig / comfortabel te voelen om alles te kunnen zeggen wat je wilt. Alle regels kunnen, als je het er samen maar over eens bent. Bijvoorbeeld: ‘niet schreeuwen (of juist wel), de tijd nemen, niet weglopen, etc.’ Er zit geen limiet aan het aantal regels.

2. ZEG ALLES! We gaan over iets praten en alles zeggen wat we daarover denken / voelen. We spreken om de beurt. De een praat en zegt alles wat h/zij denkt en voelt. De ander luistert, reageert niet, vraagt niet. Wanneer de eerste klaar is, gaat de ander. De ander zegt alles wat h/zij voelt en denkt. Geen ping-pong wedstrijd dus. Herhaal dit proces totdat alles gezegd is. Dit merk je vaak wanneer je in herhaling valt, of wanneer de spanning is verminderd. Wees niet beleefd; zeg dingen scherp en duidelijk. Verdedig niet, maar geef jouw mening.

3. WAT HEEFT JE GERAAKT. Sommige dingen die de ander heeft gezegd, hebben je geraakt. Waarbij je voelde dat die waar waren, of op z’n minst een kern van waarheid bevatten. Het kan een fysieke reactie hebben gegeven. Of iets wat je een inzicht gaf. Neem een moment waarbij je allebei denkt aan wat je heeft geraakt. Deel met elkaar wat je heeft geraakt, en wat daarin ‘waar’ is. Mogelijk is dat niet precies wat de ander heeft gezegd, maar wel vergelijkbaar. Praat hierbij in de ik-vorm. Stop geen verdediging (ja, maar) in je statement. Zeg wat er waar in is. Zeg niet ‘ik heb het huis niet schoongemaakt, omdat jij de boodschappen niet hebt gehaald’. Maar zeg ‘het klopt dat ik het huis niet heb schoongemaakt’. Ieder moet op z’n minst 1 ding hebben dat heeft geraakt, dat iets over zichzelf zegt. Wanneer er verdedigd wordt, of verwijten komen, ga je terug naar stap 2.

4. LOS HET OP. Nu we dit weten van onszelf en elkaar, wat moeten we afspreken? We hadden een gesprek over een bepaald onderwerp, of konden een besluit niet nemen vanwege de verschillende standpunten en tegenstellingen. Hoe kijken we naar de oorspronkelijke vraag met de informatie die we door het pijlen gooien hebben gekregen?